Er was eens… een mythe, die volop rondging onder de mensen. Dat was niet gek, want deze mythe was een mooi verhaal. Een sterk verhaal. Een verhaal dat zo fantastisch was, dat de mensen het graag wilden geloven. Maar zoals bij alle mythes, was ook deze mythe een echte mythe; wat betekent dat het een verhaal is dat misschien wel mooi is, maar niet helemaal waar is.
Het hoeft niet zo te blijven als het nu is
Het rare was: hoewel de mensen wisten dat het een mythe was, en dat het dus een verhaal was dat niet helemaal waar was, wilden ze toch graag in het verhaal geloven. Het punt was namelijk, dat de mythe een hele krachtige mythe was. Het was een verhaal dat niet alleen mooi klonk, maar het gaf de mensen ook hoop. Het liet mensen zien dat hun leven misschien niet altijd hoefde te blijven zoals het nu was.
De mythe suggereerde dat hun leven helemaal anders zou kunnen worden. Hij vertelde dat alle mensen mooi, rijk en gelukkig konden worden. En het mooiste was: daarvoor hoefden ze helemaal geen ingewikkelde dingen te doen! Het enige dat ze hoefden te doen… was in de mythe geloven. En zo was de mythe aan zijn opmars begonnen.
Maar toen gebeurde er iets onverwachts…
Lees meer
Er was eens een creatieve jongeman die Gerrit heette. Gerrit was dol op dingen maken. Hij maakte houten beeldjes, tekeningen, verhalen, en gedichten. Misschien denk je dat Gerrit een grote bekende kunstenaar was. Maar dat was niet zo. Zelfs in zijn eigen straat waren er buren die geen idee hadden wat Gerrit allemaal maakte, in zijn kleine schuurtje achter zijn huis. Dat vond Gerrit jammer en hij wilde meer. Niet omdat hij zelf groot en beroemd wilde worden. Maar hij wilde graag dat zijn beeldjes, tekeningen en verhalen werden gebruikt door de mensen. Door heel veel mensen.
Op een dag komt er een heraut van de koning in het dorp, met een boodschap:
Bij de bakker floepten de eerste lampjes al aan. Hij wist: de komende uren zouden er meer en meer lampjes gaan branden, tot de zon op zou komen. Dan zou de hele stad tot leven komen. De reus vond het een betoverend schouwspel: al die huizen in het stadje. Al die lampjes die het donker van de nacht verjaagden, waarna de zon het aandurfde om op te komen en haar sterke licht weer liet stralen over de aarde. Voor hem was het alsof de mensen tovenaars waren: scheppers van het licht. En dat magische schouwspel begon elke dag opnieuw met dat ene lichtje. Van de bakkerij.
De reus glimlachte. Hij hield van het stadje, met alle bedrijvigheid en leven. En de mensen in het stadje hielden van de reus. Zo ook de kleine Japie, de bakkerszoon. De vader van Japie stond elke ochtend voor dag en dauw op, om brood te maken voor de mensen in de stad. Japie werd elke ochtend wakker van de geluiden in de bakkerij. Stilletjes glipte hij dan uit zijn bed, en dook met zijn hoofd onder het gordijn voor het raam. Hij tuurde naar de heuvel in de verte. Op de top van de heuvel stonden bijna geen bomen. Maar in de vroege ochtend zat daar wel… de reus. Stilletjes zwaaide Japie naar de reus:
Het was één van de prachtige anekdotes die ik gisteren hoorde uit de mond van Herman en Candelaria Zapp, twee wereldreizigers die al 17 jaren rond de wereld trekken, met inmiddels hun vier kinderen.