“Je hebt tegen me gelogen!” Boos kijk ik haar aan. Ze kijkt beteuterd terug.
“Zo bedoelde ik het niet…” probeert ze nog. Maar ik ben woedend en stamp de trap op.
“Ik háát leugenaars!” Roep ik van bovenaan de trap. Daarna ren ik mijn slaapkamer in en sla de deur dicht.
“Nu kan ik haar nooit meer vertrouwen”, zei ik tegen mezelf. Ik weet het zeker: met leugenaars wil ik niets te maken hebben.
Als kind kon ik woedend zijn op mijn zusje, als je ze eens een klein leugentje om bestwil gebruikte: “Nee, ik heb echt niet aan jouw Lego gezeten”. Ik kon exploderen van boosheid als ik haar toch stiekem met míjn Lego-huis bezig zag. Later ontdekte ik dat er toch een grote leugenaar toegang tot mijn leven had gekregen. Een leugenaar die op alle vlakken van mijn leven dingen bepaalde. Zelfs in mijn bedrijf. Wie die grote leugenaar was? Dat was ik zelf. Het is zelfs nog ernstiger: in jouw bedrijf zit die leugenaar ook, want jij bent er zelf ook één (al zal je mentale leugenaar je nu wellicht direct vertellen dat dat niet waar is…). Wat moet je daar nou mee in je bedrijf?
Lees meer
Trillend zit hij op de bank naast me. “Mama, ik vind het eng!” zegt mijn jongste, terwijl we samen naar de film De Kameleon kijken. We zien hoe de dorpsdokter bij een storm met zijn auto in de vaart beland. “Het is maar een film, en het loopt echt goed af”, probeer ik hem te overtuigen. Maar dat is niet het probleem: “Ja, dat weet ik ook wel”, zegt hij. “Ik ben ook niet bang voor de film. Maar ik ben bang dat ik er straks enge dromen over krijg.” Ik knik instemmend. Het is precies waar ik als kind ook bang voor was. Het is nog steeds dé reden dat ik niet graag naar spannende films kijk: enge dromen.
In de boekhandel liggen ze uitgestald op een grote tafel. De boeken over succesvolle ondernemers. Vol schreeuwerige wijsheden: presenteer als Steve Jobs, leer van Elon Musk, doe als Bill Gates! Als ik zo’n boek oppak, word ik er een beetje moedeloos van. Mijn bekruipt het gevoel dat ik niet écht de lessen van de topman leer. Ik lees vooral wat de betreffende journalist als wijsheden heeft geprojecteerd op de topman.
‘Ach, er zijn er zoveel zoals ik…’, verzucht Joep. ‘Ik las het laatst nog in de krant: er zijn zo veel zelfstandigen en coaches in Nederland. Hoe kan ik me dan onderscheiden? Online media, internet… pffff… als ik er aan denk word ik al moe. Daarom kom ik er gewoon niet toe om me te profileren. Want er zijn er zoveel zoals ik…’ zucht hij opnieuw.
“Ik zit gewoon in een enorme dip!” Ik hoor de frustratie en teleurstelling in haar stem. Ze legt het uit:
Heron was een slimme vent, die een voorloper van de stoommachine ontwikkelde: de aeolipile. Zijn apparaat bestond uit een holle metalen bol op een holle as, waar stoom doorheen liep die de bol liet draaien. Een waar kunststukje. Maar Heron had helaas geen flauw idee wat hij er mee kon en de ontwikkeling stokte. Daardoor moesten we nog meer dan duizend jaren wachten voordat de stoommachine echt doorbrak. Jammer voor Heron.