‘Godsamme, zanik niet zo zeg!’ Het floept eruit voordat Marnix er erg in heeft. Marjet kijkt hem boos aan. Dan draait ze zich om. Hij hoort haar hakken klikken op het parket. Nijdig gooit ze de gangdeur dicht. Dan hoort hij de buitendeur slaan. Shit. Weer ruzie! Wat moet hij nou?
Lees meer
Businesscoach
Hoe krijg ik meer klanten?
Ik wil de man voor me op de roltrap het liefst een flinke duw geven. Zodra hij, tergend sloom, van de trap stapt, sprint ik langs hem het perron op naar de trein in de verte. Als ik er vlakbij ben, sluiten de deuren. Hij rijdt vlak voor mijn neus weg. Trein gemist! Hoe ga ik nu het vliegtuig halen, voor mijn trans-atlantische vlucht? Ik voel een zweetdruppeltje uit mijn oksel traag langs mijn bovenarm rollen.
Ik kijk op de borden. Over een minuut vertrekt er een andere trein: op een ander perron. Ik draai me om en wil de roltrap op sprinten. Dan zie ik de man opnieuw. Op de roltrap vlak voor me. Ik trappel van ongeduld. Wil hem wegduwen. Maar dan raakt mijn voet verstrikt in iets. Ik wil naar beneden kijken, maar zie niets. Wat is er aan de hand? Dan zie ik het rode lampje met het getal: 3.37. Het is midden in de nacht. Er is geen man voor me. Geen roltrap. Geen trein. Geen vliegtuig. Alles was maar een droom.
In mijn dromen kan ik koortsachtig op zoek zijn. Ik moet een vliegtuig halen met volop hindernissen: roltrappen, een net vertrokken trein, mensen die me de weg versperren.
In je bedrijf lijkt het soms net zo: je bent koortsachtig aan het rennen. Op zoek naar nieuwe klanten, meer werk, nieuwe omzet. Maar op één of andere manier wordt steeds je weg versperd. Je denkt dat je er bijna bent en dan lukt het weer net niet.
Hoe pak je het wel goed aan? Hoe zorg je ervoor dat je die droom-klant vindt? Dat klanten krijgen geen nachtmerrie meer is?
Lees meer
Hij was gewoon geen talent
De vaders langs de lijn hadden het allang gezien: “Hij is best enthousiast hoor, daar ligt het niet aan…” probeerde er eentje optimistisch. Maar een ander vond zichzelf realist: “Dat wordt nooit wat. Het is gewoon geen sporter. Dat zie ik zo!”
Ondertussen liep het ventje verbeten achter de bal aan. Hij deed zo zijn best. Zelf leek’ie het niet te merken, dat de bal alweer op een essentieel moment van zijn voeten sprong. De trainer zwaaide naar hem: “Kom maar even naar de kant, jongen!”
Hij was gewoon geen talent, dat zagen alle vaders. Totdat…
Lees meer
De schoonste van het land?
“Spiegeltje, spiegeltje aan de wand, wie is de schoonste van het hele land?” Haar stem is schril. Ze heeft een diepe rimpel boven haar nijdige ogen. De lakeien naast de deurposten knikken ongemerkt naar elkaar: ze heeft weer zo’n bui.
Vroeger wist ze het zeker: ze was de allermooiste van het land. Uniek. Bijzonder. Van achter alle besneeuwde bergtoppen kwamen prinsen op witte paarden naar het kasteel. Ze dongen naar haar hand. Inmiddels is haar schoonheid een obsessie voor haar geworden. Urenlang staat ze voor de spiegel. Is ze nog wel de schoonste? Haar ogen worden donkerder. De frons dieper. De stem strenger.
Veel ondernemers maken dezelfde fout als de koningin. Ook zij kunnen urenlang voor de spiegel staan. Om zich af te vragen: hoe krijg ik klanten? Ben ik wel uniek genoeg? Waarom is dat niet slim? En hoe moet het dan wel?
Lees meer
Kleine Hansje in het grote bos
“Daar, daar moet ik heen!” gonst het door Hansje’s hoofd. Hij schiet tussen de bomen door, zo hard als zijn benen hem kunnen dragen. Vlak achter hem hoort hij gehijg; het beest dat hem op de hielen zit. Als hij nu nog maar iets harder kon. Nog iets sneller. Net iets verder. Hij spant nog één keer al zijn spieren. Hoe komt hij weg? Waar is hij eigenlijk in het grote bos? Dan schrikt hij van een hard geluid.
Verdwaasd kijkt Hans om zich heen. De wekker piept. Snel tikt hij het ding uit en hij schiet uit bed. Met zijn voeten op de koude tegels van de badkamer kijkt hij naar zijn ongeschoren hoofd in de spiegel. Hij moet opschieten. Snel naar kantoor en dan gauw aan de slag met die offerte voor die grote klant. Daarna lunchen met die nieuwe samenwerkingspartner en vanmiddag een stel belangrijke gesprekken. Hij denkt aan zijn droom. Het eindeloze rennen. Het dier dat hem op de hielen zat. De weg kwijt zijn in het uitgestrekte bos. Dan zucht hij diep. Hij heeft geen tijd voor dagdromen. Hij moet aan het werk. Nu!
Die avond ploft Hans uitgeput op zijn bed. Voor de offerte had hij amper tijd. Toen hij op kantoor kwam puilde zijn mailbox al uit. Voordat hij goed en wel zijn mail had weggewerkt, begon zijn overleg over de samenwerking al. De offerte moest tot de avond wachten. Zijn avondje sporten had hij voor de zoveelste keer laten schieten. Met een half oog had hij het voetballen op televisie gekeken, ondertussen driftig typend aan de offerte. Bij het versturen van de offerte zag hij de nieuwe mails binnenkomen. Zo was het ongemerkt laat geworden. Hans schuift onder zijn dekbed en sluit zijn ogen. Vrijwel direct doezelt hij weg. Plots is hij weer in het bos. Hij hoort gehijg achter zich. Zonder om te kijken, begint hij te rennen.
Veel ondernemers zijn als Hans: overdag druk met de eindeloze to-do-lijst. In de avond te lang doorwerken, om de volgende ochtend vermoeid op te staan. Met een hoofd dat overloopt van de klussen. Maar hoe voorkom je dat? Hoe stap je uit de eindeloze ratrace van het harde werken? Kan dat eigenlijk wel?
Lees meer
Het grote misverstand over bijslapen in het weekeinde
Marja voelt een gaap opkomen, die ze net kan wegslikken. Haar klant aan de andere kant van de lijn heeft het niet gemerkt. Tenminste: dat hoopt ze. Eventjes blikt ze naar de klok: het is pas twee uur. Nog een lange middag te gaan met veel gesprekken en morgen weer een drukke dag. Terwijl ze nu al moe is. Heel moe. Nou ja, even doorzetten, denkt Marja. Ik ga dit weekeinde wel bijslapen.
Teveel zelfstandigen zijn moe
Moeheid komt veel voor onder zelfstandigen. Ooit ben je voor jezelf begonnen met het ideaal van eigen baas zijn. Niet meer lange dagen op kantoor werken, maar de tijd aan jezelf. Bij mooi weer naar het strand, of een kopje koffie op een terras in de stad. Nu ben je alweer een poos voor jezelf aan de slag. Maar als je eerlijk bent, werk je harder dan vroeger voor die baas. Je maakt lange dagen met je klanten, staat altijd voor ze klaar. En dan heb je daarnaast nog je bedrijf: facturen versturen, offertes opmaken, je boekhouding, klanten nabellen. Waar haal je de tijd vandaan? Je wordt al moe als je aan je lange takenlijst denkt.
De horrorverhalen over burn-out bij anderen
Veel zelfstandigen zijn moe. Te moe. Chronisch moe. We kennen allemaal de voorbeelden van mensen die door RSI hun werk niet meer konden doen. In het boek ‘Burn Out’ beschrijft Annegreet van Bergen pijnlijk duidelijk hoe zij als talentvol en bevlogen journalist opbrandde. Juist vanwege haar betrokkenheid voor haar werk. Het zijn de horrorverhalen die vooral ‘bij anderen’ spelen. Jou overkomt dat niet. Denk je. Totdat het te laat is en je zelf opgebrand thuis beland.
Hoe voorkom je dat het zover komt? Want het hoeft niet zo te blijven. Je hoeft niet moe te zijn van je werk. Sterker nog: hard werken is helemaal niet nodig als zelfstandige. Je kunt het ook anders aanpakken: met zacht werken (de tegenhanger van hard werken). Niet langer zwoegen en zweten, met dagen vol haast (hard werken), maar op een ontspannen manier je talent in de wereld zetten, daarmee volop andere mensen helpen en goed geld maken (zacht werken).
Zacht werken gaat niet vanzelf. Dit heb je nodig
Zacht werken is weggelegd voor elke zelfstandige. Mits je weet hoe je het aanpakt. En daar gaat het vaak mis. Zacht werken vereist namelijk een aantal stappen in je bedrijf en in jezelf. Zacht werken kun je niet vanzelf. Dit heb je er voor nodig:
Lees meer