Ingespannen tuurt hij naar het scherm. Hij kijkt niet op of om, gaat helemaal op in zijn computergame. Stilletjes kom ik naast hem staan en leg één van zijn favoriete snoepjes naast hem neer. Maar hij ziet het niet. Een minuut later roept hij naar de me:
“Mam, mag ik een snoepje!”
Als het om onze kinderen gaat lachen we hierom. Kinderen die zo opgaan in hun spelletje op het scherm, dat ze daarbij alles en iedereen om zich heen vergeten en zelfs hun snoep laten liggen. Dom! Toch doen we hetzelfde vaak in ons eigen werk. We gaan vaak zo op in onze schermen, dat ook wij alles en iedereen om ons heen vergeten.
Is dat grappig? Nee, eigenlijk niet. Het is tragisch en dramatisch. Onze fascinatie voor schermen zorgt voor een steeds hogere werkdruk. Alle informatie is overal en altijd beschikbaar. Hoe ga je daar mee om in je dagelijks werk? Hoe voorkom je informatie overload? En hoe zorg je ervoor dat je productief en happy je werk doet? Jij bent niet de enige die daarmee worstelt. Overspannenheid is inmiddels de tweede meest voorkomende psychische aandoening bij de instroom in de arbeidsongeschiktheidsuitkering, volgens Kim Putter, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau in het Financieel Dagblad. Werkdruk is een serieus probleem. En onze fascinatie voor schermen versterkt dat nog eens.
Hard werken lijkt de norm in onze maatschappij. Allemaal zijn we druk-druk-druk. Terwijl dat eigenlijk heel gevaarlijk is. Uit onderzoek blijk namelijk dat hard werken een aantal belangrijke nadelen heeft. Nadelen die we lang niet altijd onderkennen:
Lees meer
“Op deze manier is het gewoon handiger!” zei hij beslist. Hij zag de keizer nadenken en hield zijn adem in. Wat zou hij van deze manier van werken denken? Toen zag hij het hoofd van de machtige man bewegen:
“Eigenlijk vind ik het helemáál niet leuk!” Ik was zelf verbaasd toen ik het mezelf hardop hoorde zeggen. Tegelijk voelde het als een grote opluchting. Dat wat ik al maanden voelde, werd me eindelijk duidelijk.
“Ja, het gaat lekker met mijn bedrijf”, zegt Marcella opgewekt aan de telefoon. “Ik ben bezig met het lanceren van een online programma. Ideaal hoor: heb ik straks passief inkomen, zonder dat ik er hard voor hoef te werken”. Vrolijk vertelt ze verder: “Ik ben nu bezig met het opnemen van een videoserie. Die ga ik straks rond de lancering gebruiken.” Als ik haar vraag wanneer we weer eens bijpraten valt ze stil. “Poeh, dat gaat binnenkort niet lukken. Ik ben zo druk met die lancering. Heb jij eind volgende maand ergens ruimte?”
“Je hebt tegen me gelogen!” Boos kijk ik haar aan. Ze kijkt beteuterd terug.
Trillend zit hij op de bank naast me. “Mama, ik vind het eng!” zegt mijn jongste, terwijl we samen naar de film De Kameleon kijken. We zien hoe de dorpsdokter bij een storm met zijn auto in de vaart beland. “Het is maar een film, en het loopt echt goed af”, probeer ik hem te overtuigen. Maar dat is niet het probleem: “Ja, dat weet ik ook wel”, zegt hij. “Ik ben ook niet bang voor de film. Maar ik ben bang dat ik er straks enge dromen over krijg.” Ik knik instemmend. Het is precies waar ik als kind ook bang voor was. Het is nog steeds dé reden dat ik niet graag naar spannende films kijk: enge dromen.